Wat als het wél lukt?

Laatst sprak ik een moeder. Haar zoon wilde graag boer worden.

In ons gesprek kwam ter sprake hoe moeilijk het tegenwoordig is om die droom waar te maken.

En dat bleef bij me hangen.

Niet omdat ik denk dat het eenvoudig is. Maar omdat mijn gedachten meteen een andere kant opgaan.

Wat als het hem wél lukt?

Wat als er mogelijkheden zijn die wij vandaag nog helemaal niet kunnen overzien?

 

Mijn eigen zoon droomt ervan autocoureur te worden.

En natuurlijk weet ik hoeveel daarbij komt kijken. Hoe moeilijk die wereld is en hoeveel factoren meespelen waar je zelf nauwelijks invloed op hebt.

Maar wie ben ik om hem te vertellen dat het niet mogelijk is?

Ik weet toch helemaal niet waar zijn weg naartoe leidt?

Als ouder wil ik zijn droom niet kleiner maken door hem nu al voor te houden hoe moeilijk of misschien zelfs onmogelijk die is.

Niet omdat ik de werkelijkheid niet zie.

Maar omdat ik niet degene wil zijn die zijn droom bij voorbaat uit handen neemt.

Ik wil hem liever het vertrouwen meegeven om zelf te ontdekken hoe ver hij kan komen.

 

Om te proberen. Te ervaren. Tegen grenzen aan te lopen. Misschien onderweg een andere richting te vinden.

En als iets niet lukt, dan mag hij dat ook ervaren.

Dan ben ik er nog steeds.

Maar wat als hij verder komt dan ik ooit voor mogelijk had gehouden?

Wat als er onderweg deuren opengaan waarvan we nu nog niet eens weten dat ze bestaan?

Ik wil niet dat mijn angst voor wat misschien niet lukt, zwaarder weegt dan zijn vertrouwen in wat misschien wél mogelijk is.

En misschien raakt dit me juist zo omdat ik zie wat er nu al gebeurt.

Ik verwonder me soms over mijn zoon.

Over hoe sterk die gedrevenheid in hem zit. Hoe hij zich ergens helemaal in kan verdiepen. Hoe hij zelf doelen stelt, verantwoordelijkheid neemt en steeds opnieuw verder wil ontdekken.

Soms kijk ik naar hem en denk ik: waar komt dat allemaal vandaan?

Ik heb altijd gevoeld dat er zoveel in mijn kinderen zit. Dat ze op hun eigen manier tot grootse dingen in staat zijn.

En toch verrassen ze me.

Omdat er kanten zichtbaar worden die zelfs ik niet had kunnen voorspellen.

Dat raakt me.

Niet omdat hij iets moet bewijzen of omdat hij een bepaald niveau moet bereiken.

Maar omdat ik zie hoe hij groeit in iets wat helemaal van hemzelf is.

Hij ontdekt wat hij kan. Wat hij wil. Wat ervoor nodig is om ergens beter in te worden.

En zelfs als zijn droom ooit verandert, is dat niet voor niets geweest.

Hij heeft dan ervaren hoe het voelt om ergens werkelijk voor te gaan.

Waarom zouden we de waarde daarvan pas erkennen wanneer het uiteindelijk iets oplevert?

Ik merk dat mijn hoofd bij zulke dingen niet blijft hangen in ja, maar…

Het begint juist te lopen van wat als…

Wat als er zoveel meer wegen zijn dan we denken?

Wat als een passie je ergens brengt waar je anders nooit terecht was gekomen?

Wat als we niet eerst hoeven te weten waar iets eindigt, voordat we mogen ontdekken waar het naartoe kan groeien?

En ergens vraag ik me af wanneer we als volwassenen zelf zo voorzichtig zijn geworden met dromen.

Wanneer zijn we vooral gaan kijken naar wat haalbaar, verstandig en veilig is?

Misschien gebeurt dat langzaam. Met het ouder worden, met verantwoordelijkheden, met een inkomen dat nodig is en mensen voor wie je wilt zorgen.

We zoeken stabiliteit. Voorspelbaarheid. Zekerheid.

En natuurlijk begrijp ik dat.

Maar zekerheid waarop eigenlijk?

Een vast contract kan financiële houvast geven.

Maar geeft het je ook de zekerheid dat je gelukkig bent?

Dat je iedere ochtend met plezier opstaat?

Dat je over tien jaar nog steeds op je plek zit?

Of dat je leven loopt zoals je vandaag verwacht?

We zoeken zekerheid in de weg die we kennen, maar verlangen garanties van de weg waar we van dromen.

En dat houdt me bezig.

Want waarom vinden we het risico om iets nieuws te proberen soms groter dan het risico om jarenlang iets te blijven doen waar we niet gelukkig van worden?

Natuurlijk kun je niet zomaar alle verantwoordelijkheden naast je neerleggen. En niet iedere droom wordt werkelijkheid.

Maar misschien sluiten we soms al mogelijkheden uit voordat we überhaupt hebben onderzocht wat er zou kunnen ontstaan.

Misschien doen we dat ook bij onze kinderen.

Vanuit liefde. Vanuit bescherming. Vanuit onze eigen ervaringen met de wereld.

We willen ze voorbereiden op de werkelijkheid.

Maar is dat de werkelijkheid zoals die straks zal zijn? Of vooral de werkelijkheid zoals wij die vandaag kennen?

Ik denk terug aan die jongen die boer wil worden.

En aan mijn eigen zoon, die droomt van het racen.

Wat zou er gebeuren als we wat minder snel de uitkomst proberen te voorspellen en wat nieuwsgieriger worden naar de weg ernaartoe?

Niet door kinderen wijs te maken dat alles mogelijk is als ze maar hard genoeg hun best doen.

Maar door ze serieus te nemen in wat hen beweegt.

Door samen te ontdekken wat ervoor nodig is. Welke mogelijkheden er zijn. En welke obstakels ze onderweg misschien tegenkomen.

Ik hoef niet te weten of mijn zoon later autocoureur wordt.

Wat ik wel wil, is dat hij de kans krijgt om zelf te ervaren wat er voor hem mogelijk is.

Dat hij mag ontdekken hoe ver zijn eigen gedrevenheid hem brengt.

En dat hij weet dat een andere uitkomst niet betekent dat zijn droom verkeerd was.

Misschien is dat voor mij wel vertrouwen.

Niet dat je zeker weet dat het lukt.

Maar dat je ruimte durft te laten voor iets waarvan je de uitkomst nog niet kent.

En misschien mogen we onszelf die ruimte ook wat vaker geven.

Want hoeveel van wat we onmogelijk noemen, is werkelijk onmogelijk?

En hoeveel kunnen we ons op dit moment gewoon nog niet voorstellen?

En wat als het wél lukt?