Die knop zit er bij ons niet op

 

Bij mijn diploma-uitreiking kreeg ik ooit te horen dat ik liever de moeilijke weg koos dan de makkelijke.

Althans, zo leek het blijkbaar voor de mensen om me heen.

Maar die weg bracht me uiteindelijk wel waar ik wilde zijn.

En als ik daar nu op terugkijk, vraag ik me iets af.

Wanneer is een weg eigenlijk moeilijk?

Omdat hij werkelijk meer moeite kost? Of omdat hij anders loopt dan de weg die de meeste mensen nemen?

Misschien lijkt iets voor de één een enorme omweg, terwijl het voor een ander juist de meest natuurlijke route is.

Blijkbaar was toen al zichtbaar dat ik niet altijd de meest voor de hand liggende weg nam.

En misschien is dat eigenlijk nooit veranderd.

Afgelopen zondag zei iemand tijdens een gesprek iets wat me aan het denken zette.

Soms moet je gewoon aannemen wat iemand zegt en het gewoon doen. Niet overal zelf over nadenken.

Ik antwoordde dat de wereld dan misschien inderdaad een stukje gemakkelijker zou zijn.

Maar dat die knop er bij ons thuis nu eenmaal niet op zit.

En sindsdien denk ik daarover na.

Ja, zelfs over het advies om niet overal over na te denken, moet ik blijkbaar eerst uitgebreid nadenken.

Lekker handig.

Want soms zou ik die knop zelf ook best willen hebben.

Gewoon iets aannemen zonder eerst te willen begrijpen waarom. Niet overal mogelijkheden, uitzonderingen of vraagtekens bij zien.

Iemand zegt links, wij gaan links.

Klaar.

Maar voor ik het weet, vraag ik me alweer af wat er eigenlijk rechts te vinden is.

En waarom we überhaupt linksaf zouden moeten.

Of er misschien ergens een klein paadje loopt dat niemand nog heeft ontdekt.

En eigenlijk houdt mijn nieuwsgierigheid daar niet op.

Want ik vraag me niet alleen af waarom ik zelf bepaalde keuzes maak.

Ik kan me ook eindeloos verwonderen over waarom andere mensen doen wat ze doen.

Wat drijft ons eigenlijk?

Waarom kiest de één voor zekerheid en de ander voor avontuur? Waarom houdt iemand vast aan iets wat vertrouwd is, terwijl een ander juist nieuwsgierig wordt naar wat daarbuiten ligt?

Waarom willen we ergens bij horen? Waarom vinden we bepaalde dingen belangrijk? En hoeveel van onze overtuigingen hebben we eigenlijk zelf gevormd?

Soms doen we iets omdat we er gelukkig van worden. Soms omdat we bang zijn om iets te verliezen. Omdat we verwachtingen willen waarmaken, niemand willen teleurstellen of omdat we nooit hebben bedacht dat het ook anders kan.

En soms doen we iets gewoon omdat we er zin in hebben.

Dat mag natuurlijk ook.

Niet iedere keuze hoeft een diepere betekenis te hebben.

Al heeft mijn hoofd daar soms een andere mening over.

Wat ik vooral fascinerend vind, is hoe we als mensen met elkaar bepalen wat normaal is.

We groeien op met allerlei ideeën over hoe het leven hoort te verlopen.

Over leren, werken, succes, opvoeden en gelukkig zijn.

En voor je het weet, zijn die ideeën zo vanzelfsprekend geworden dat we nauwelijks nog stilstaan bij de vraag waar ze eigenlijk vandaan komen.

Waarom vinden we iets normaal zodra genoeg mensen het doen?

En waarom lijkt een andere keuze soms uitleg nodig te hebben, terwijl de gebruikelijke weg nauwelijks vragen oproept?

Misschien hebben mensen heel bewust voor die weg gekozen.

Dat kan.

Maar juist dat vind ik interessant.

Wat maakt dat die weg voor hen klopt?

En wat maakt dat een andere weg voor iemand anders veel natuurlijker voelt?

Die nieuwsgierigheid had ik vroeger blijkbaar ook al.

Maar door de jaren heen is er iets veranderd.

Ingrijpende gebeurtenissen in ons leven, en vooral de ervaringen met mijn kinderen, hebben me geleerd om steeds opnieuw naar mijn eigen vanzelfsprekendheden te kijken.

Naar wat ik dacht te weten. Naar wat ik normaal vond. En naar overtuigingen waarvan ik niet eens doorhad dat ik ze had.

Mijn kinderen hebben me daarin misschien wel het meeste geleerd.

Niet doordat ze me alle antwoorden gaven, maar juist doordat hun manier van kijken, leren en ontwikkelen me uitnodigde om andere vragen te stellen.

En soms ontdekte ik dat iets wat ik jarenlang heel logisch had gevonden, helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

Dat was niet altijd comfortabel.

Want zodra je vragen gaat stellen bij de wereld om je heen, ontkom je er eigenlijk niet aan om ook jezelf eens goed onder de loep te nemen.

Waarom doe ík wat ik doe?

Wat drijft mij?

Is het nieuwsgierigheid? Vrijheid? De behoefte om dingen te begrijpen? Of misschien ook gewoon een flinke dosis eigenwijsheid?

Waarschijnlijk een combinatie.

En soms zal er bij mij net zo goed angst, onzekerheid of behoefte aan bevestiging achter een keuze zitten.

Ik ben tenslotte ook maar een mens.

Met een hoofd dat inmiddels behoorlijk wat overuren draait.

Soms vind ik dat heerlijk.

Dan zie ik mogelijkheden waar ik vroeger niet eens aan dacht. Dan kan ik ontzettend enthousiast worden van een idee, een andere kijk op iets of een weg waarvan ik nog niet precies weet waar die uitkomt.

Maar soms word ik ook doodmoe van mezelf.

Dan zou ik gewoon een dagje als een kip zonder kop door het leven willen.

Lekker scharrelen. Beetje in de zon zitten. Nergens over nadenken.

Al zou ik waarschijnlijk na vijf minuten alweer willen weten waarom die kip eigenlijk achter een hek zit.

Wie dat hek daar heeft neergezet.

En of die kip er zelf wel wil zitten.

Dus zelfs dat wordt waarschijnlijk niets.

En alsof dat voortdurende nadenken nog niet genoeg is, ben ik zelf ook nog volop zoekende.

Want vragen stellen betekent niet dat je automatisch de antwoorden hebt.

Sterker nog, soms heb ik werkelijk geen idee waar ik mee bezig ben.

Ik kan ergens helemaal enthousiast over zijn en me de volgende ochtend afvragen waar ik in hemelsnaam aan begonnen ben.

Mijn hoofd wil het liefst eerst alles begrijpen, onderzoeken en afwegen.

Terwijl mijn gevoel soms allang een bepaalde richting aanwijst.

Die twee zijn het overigens lang niet altijd met elkaar eens.

Mijn innerlijke raadgever houdt het meestal bij een vaag gevoel dat iets wel of niet klopt.

Mijn hoofd wil vervolgens minstens drie vergaderingen beleggen om daar een sluitende verklaring voor te krijgen.

En dan ben ik er soms nóg niet uit.

Wat ik wel merk, is dat ik steeds minder gemakkelijk over mijn eigen gevoel heen stap.

Niet omdat dat gevoel altijd gelijk heeft.

Maar omdat ik het serieus wil nemen.

Net zoals ik de inzichten van anderen serieus wil nemen.

Want dat is misschien iets wat nogal eens door elkaar wordt gehaald.

Zelf nadenken betekent voor mij niet dat ik niemand anders vertrouw of dat ik alles beter denk te weten.

Ik vind het juist heerlijk wanneer iemand me iets kan leren.

Wanneer iemand vanuit een heel andere ervaring naar iets kijkt en me op een gedachte brengt die ik zelf nog niet had gehad.

Daar kan ik oprecht enthousiast van worden.

Maar ik wil ook de ruimte houden om zelf te onderzoeken of iets voor mij klopt.

En natuurlijk merkt de buitenwereld dat soms.

Wanneer je niet altijd de gebruikelijke route kiest, kan dat vragen oproepen. Of onbegrip.

Soms voel ik dat mijn manier van kijken niet bij iedereen even lekker valt.

En dat raakt me weleens.

Want ik ben dan misschien eigenwijs, maar ik vind verbinding met anderen nog steeds belangrijk.

Ik hoef niet dat iedereen dezelfde keuzes maakt als wij.

Ik ben juist nieuwsgierig naar de verschillen.

Naar wat iemand heeft meegemaakt, wat hem beweegt, waar hij van droomt en waarom bepaalde dingen voor hem belangrijk zijn.

En ik zou het mooi vinden als die nieuwsgierigheid ook andersom mag bestaan.

Dat we elkaar vragen kunnen stellen zonder meteen iets te hoeven verdedigen.

Dat we van mening mogen veranderen.

Dat we mogen ontdekken dat iets wat voor de één vanzelfsprekend is, voor een ander helemaal niet zo voelt.

En dat geen van beiden daardoor automatisch gelijk of ongelijk hoeft te hebben.

Misschien is dat ook waarom die opmerking van zondag bleef hangen.

Omdat er voor mij een groot verschil zit tussen vertrouwen op wat iemand zegt en stoppen met zelf nadenken.

Ik hoef echt niet alles zelf uit te vinden.

Graag zelfs niet.

Maar ik wil wel nieuwsgierig mogen blijven.

Naar de wereld. Naar anderen. En misschien nog wel het meest naar mezelf.

Als ik nu terugdenk aan mijn diploma-uitreiking, moet ik glimlachen.

Blijkbaar vonden anderen mijn weg toen al ingewikkelder dan nodig.

Terwijl die me uiteindelijk wel bracht waar ik wilde zijn.

En misschien zit daar precies de vraag die me al die jaren is blijven bezighouden.

Waarom noemen we iets een omweg als het iemand precies brengt waar die wil zijn?

Misschien is de gebruikelijke weg voor de één heerlijk vanzelfsprekend, terwijl een ander er voortdurend tegen zichzelf in moet lopen.

En misschien is een route die van buitenaf ingewikkeld lijkt, voor degene die hem bewandelt juist de meest logische.

Ik weet niet of mijn weg altijd de kortste, gemakkelijkste, moeilijkste of verstandigste zal zijn.

Waarschijnlijk niet.

Maar ik wil hem wel zelf mogen ontdekken.

Met vallen en opstaan, nieuwe inzichten, verkeerde afslagen en af en toe een flinke dosis zelfspot.

En met de vrijheid om onderweg van gedachten te veranderen.

Dus ja, misschien zou de wereld soms een stukje gemakkelijker zijn als we gewoon aannamen wat iemand zei en het vervolgens deden.

Maar die knop zit er bij ons niet op.

En mocht iemand hem ooit vinden, dan mag die hem gerust even laten zien.

Of ik hem gebruik?

Geen idee.

Waarschijnlijk wil ik eerst weten waarom ik hem nodig zou hebben.

Maak jouw eigen website met JouwWeb