Ik dacht dat ik grenzen moest stellen.

14 september 2026

Een tijd geleden schreef ik veel over grenzen.

Over beter voor mezelf zorgen.
Niet altijd beschikbaar zijn.
Niet alles oplossen voor mijn kinderen.

Want dat deed ik.

Als er iets gebeurde, schoot ik in de oplossende stand.
Buikpijn? Wat is er aan de hand?
Niet willen gaan? Wat moeten we veranderen?
Boos, verdrietig, overprikkeld? Hoe krijg ik dit weer goed?

Ik dacht lange tijd dat ik daar iets in moest leren.

Meer afstand.
Duidelijker zijn.
Grenzen stellen.

Tot ik mezelf een andere vraag stelde:

Wat probeert mijn kind mij met dit gedrag te vertellen?

Niet: hoe krijg ik dit gedrag weg?
Niet: hoe zorg ik dat hij doet wat er van hem verwacht wordt?

Maar: wat zit eronder?

En gek genoeg veranderde daardoor niet alleen hoe ik naar mijn kinderen keek.

Het veranderde ook hoe ik naar mezelf keek.

Want misschien hoefde ik niet minder betrokken te zijn.
Misschien hoefde ik alleen niet álles op te lossen.

Er is een verschil tussen naast iemand staan en iemand dragen.

Tussen voelen wat je kind nodig heeft en ervoor zorgen dat hij nooit iets moeilijks hoeft te voelen.

En tussen grenzen stellen omdat het zo hoort, en voelen waar jouw grens eigenlijk ligt.

Ik leer het nog steeds.

Soms schiet ik nog steeds meteen in de oplossende stand.
Soms wil ik het liefst alles voor ze weghalen.

Maar steeds vaker blijf ik gewoon even staan.

Kijken.
Luisteren.
Voelen.

Niet ieder gedrag hoeft opgelost te worden.

Soms vertelt het je iets.

Als je bereid bent om te luisteren. ❤️